Na veel twijfel en acht jaar studie werd Hylco Meirlaen (30) 8 maanden geleden tot priester gewijd. Vandaag is de Ninovieter meewerkend priester in Zottegem, de jongste van het land. “Ik kon het inzicht niet meer negeren dat fiscaliteit studeren voor mij de evidente weg was, terwijl het verlangen om priester te worden hardnekkig bleef knagen. Ook al wist ik dat zoiets allerminst een eenvoudige keuze was, ben ik ervoor gegaan. Gelukkig.”
“Als kind speelde ik wel eens de mis na, met een omgekeerde fruitschaal als kelk en mijn broer als misdienaar. Ik groeide op in een half gelovig gezin: mijn vader was sterk katholiek, mijn moeder niet. Dat contrast gaf me vrijheid. Er was geen dwang, geen verplichting, alleen een warme basis van vertrouwen. Toch verdween mijn prille interesse in het priesterschap volledig toen ik naar het middelbaar ging. Ik was gewoon een doorsnee tiener, met doodgewone dromen: een goedbetaalde job, een mooi huis, een snelle auto. Priester worden? Dat stond zo ver van mijn wereldbeeld af dat ik er nog nauwelijks over nadacht.”
Boekhouder
“Maar ergens bleef er iets sluimeren. De grote ommekeer kwam toen ik zeventien was, tijdens een jongerenbedevaart in Bosnië. Vijftigduizend jongeren waren daar samengekomen om vijf dagen te bidden, zingen, vieren. Tussen dat overweldigende enthousiasme zag ik jonge priesters die straalden van vreugde en authenticiteit. Plots dacht ik dat het precies toch niet zo gek was om gelovig te zijn. Die ontmoeting raakte me dieper dan ik toen begreep. Ik kwam thuis met een nieuw soort rust, maar tegelijk met een knagend besef, dat ik iets moest onderzoeken.”
“Maar dat leidde er toch niet toe dat ik voor het seminarie koos. Niet alleen het verlangen bleef, maar ook de angst. Dus koos ik voor zekerheid: ik ging accountancy-fiscaliteit studeren. Boekhouder worden, dat stond gelijk met werkzekerheid en het zou ook wel een goeie keuze zijn om mijn tienerdromen te kunnen vervullen. Naarmate mijn studie vorderde, begon ik me af te vragen wat ik eigenlijk aan het doen was. Ik zag het doel achter de cijfers wel, maar ik was vooral gefascineerd door de mensen achter die cijfers. Wat maakt iemand gelukkig? Hoe ga je om met lijden, met verlies, met geloof? Dat soort vragen hield me wakker.”
Pure genade
“En die onrust werd alleen maar sterker. De Kerk lag in die jaren immers zwaar onder vuur. Het misbruikschandaal rond Vangheluwe sloeg diepe wonden, ook bij mij. Ik kreeg vaak negatieve reacties, vooral van vrienden die het geloof openlijk afwezen. Dat was niet makkelijk, maar achteraf gezien ben ik blij met die weerstand. Het dwong mij net om een nóg bewustere keuze te maken en heel goed te funderen waar ik persoonlijk voor sta. Na vele nachten wakker liggen en talloze gesprekken met vrienden en oudere priesters, heb ik de knoop uiteindelijk definitief doorgehakt in de zomer van 2017. Acht jaar studie, veel bezinning en talloze gesprekken later ben ik nu acht maanden priester en ik kan eerlijk zeggen: ik zou geen ander leven willen, het is wie ik bén. Dat betekent ook dat de pijn en schuld van de Kerk soms persoonlijk aanvoelen. Als er weer een schandaal opduikt of een documentaire als Godvergeten uitkomt, voel ik dat tot in mijn kern. De fouten van de instelling raken het vertrouwen van de mensen, en ik draag daar onvermijdelijk een stukje van mee. Maar tegelijk zie ik elke dag het vertrouwen ook groeien, zodra mensen je écht leren kennen. Paus Franciscus zei ooit: Een herder moet naar zijn schapen ruiken. Dat probeer ik te doen: leven tussen de mensen. Ik kom dagelijks bij gezinnen thuis, in rusthuizen, op scholen, in cafés. Zodra mensen je zien meedraaien in hun leven, verdwijnt de afstand. Dan ben je niet langer “die priester”, maar gewoon Hylco. Iemand die luistert, die meedoet, die er is.”
“Het leven van een priester bestaat vaak uit vergaderen. Ik zit uren achter mijn computer en neem deel aan eindeloze overlegmomenten. Dat zuigt energie. Daarom trek ik zo vaak mogelijk het veld in. Huisbezoeken, jongerenwerking, rouwgesprekken… daar gaat het voor mij over. Als ik aanbel bij onbekenden om een rouwbezoek te brengen, mag ik binnenstappen in het meest intieme moment van hun leven: het afscheid van een geliefde. Dat is altijd kwetsbaar, altijd echt. Soms zitten er mensen tegenover mij die niet gelovig zijn, maar die tóch vragen om een gebed, een lezing, een klein teken van hoop. In die momenten voel ik zo sterk wat mijn roeping betekent: het gaat niet om antwoorden geven, maar in de eerste plaats over nabij-zijn. Ik kan verdriet niet oplossen, maar ik kan wel luisteren. In ieder mens leeft immers een verlangen naar iets dat groter is dan zichzelf. Aanwezig mogen zijn in dat zoeken: dat is pure genade.”
Mijn geloof, mijn vrijheid
“Sommige oudere mensen zeggen dat de Kerk hen vroeger kluisterde. Ik heb dat nooit zo ervaren. Mijn geloof geeft me juist vrijheid, en gelukkig maar want geloof zonder vrijheid is geen geloof. Het priesterschap voelt voor mij niet als een verplichting, maar als een diepe vreugde. Geluk is voor mij geen kortstondige euforie, maar een stabiele ingesteldheid: een manier van leven waarbij je rust vindt, zelfs te midden van chaos.”
“Vandaag heb ik ongeveer een derde van mijn leven aan deze roeping gewijd. Het is gewoon wie ik geworden ben. Ik heb de zekerheid van de cijfers ingeruild voor het mysterie van de mens. Dat lijkt een groot contrast, maar eigenlijk gaat het over hetzelfde: over ordening, vertrouwen, betekenis. Alleen de taal is anders. Waar cijfers precieze antwoorden geven, leert de mens me om te leven met vragen. Ik weet dat de toekomst van de Kerk geen evidente weg is. Er zitten minder mensen in de mis, er zijn minder roepingen, er is meer scepsis, … maar dat motiveert me net. Ik zou nergens anders liever zijn dan hier, tussen de mensen, met mijn handen in het leven en mijn hart bij God.”